**1..** Het college legt een maatregel op indien naar haar oordeel een belanghebbende blijk heeft gegeven van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende is nagekomen, met inbegrip van de verplichtingen die in het besluit tot toekenning of voortzetting van de bijstand zijn opgenomen.
**2..** De maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van het feit en de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden en de persoonlijke omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert.
**3..** Van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
**4..** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan afgezien worden van het opleggen van de maatregel als bedoeld in het eerste lid.
**5..** Bij gedragingen van de eerste en tweede categorie wordt volstaan met een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet nakomen van de verplichting plaats vindt binnen een periode van een jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
**6..** Het opleggen van een maatregel vindt plaats op de periodiek algemene bijstand.
**7..** Bij een belanghebbende jonger dan 21 jaar wordt de maatregel die wordt opgelegd op de bijstandsnorm ook opgelegd over de aanvullende bijzondere bijstand in de kosten van levensonderhoud.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Kerkrade 2009