1.
Een subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die tenminste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.
2.
Het college kan andere gevallen aanwijzen waarin het in het eerste lid gestelde niet geldt.
Hoofdstuk 7
Artikel 46.