1.
Een aanvraag voor prestatiesubsidie wordt uiterlijk 15 augustus van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar bij het college ingediend. Voor het indienen van een aanvraag dient een bij het college vastgesteld formulier worden gebruikt.
2.
Bij de indiening van de aanvraag worden overlegd:
a.
een activiteitenplan met een doorkijk naar komende jaren;
b.
een door het bestuur van de aanvrager vastgestelde of geaccordeerde exploitatiebegroting met een toelichting op de begroting bij aanzienlijke afwijkingen ten opzichte van de begroting van het jaar ervoor;
c.
een balans en een staat van inkomsten en uitgaven met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan;
d.
een meerjarenbegroting;
e.
een afschrift van de statuten van de aanvrager;
f.
een opgave van de bestuurssamenstelling;
g.
voor zover van toepassing, het resultaat van een kascontrole of een accountantsverklaring. Indien de aanvrager in het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan een verklaring van een accountant moet inleveren voor de vaststelling van een eerdere subsidie, dient deze meegestuurd te worden bij de aanvraag;
h.
voor zover van toepassing, een opgave van toegestane reserves en voorzieningen als bedoeld in artikel 10;
i.
een overzicht van de met de subsidieaanvrager gelieerde rechtspersonen, alsmede informatie te verstrekken over de aard van deze betrekkingen, de financiële positie en de jaarrekeningen van deze rechtspersonen;
j.
een verklaring dat voor vrijwillige medewerkers die werken met kinderen en/of verstandelijk beperkten een Verklaring omtrent Gedrag aanwezig is;
k.
Een verklaring over de verstrekte beloningen/salarissen.
3.
In geval van een meerjarige subsidie dient tevens worden overlegd:
a.
een meerjarenactiviteitenplan voor de periode waarop de aanvraag om subsidie betrekking heeft;
b.
een meerjarenbegroting met risicoparagraaf.
4.
De in lid 2 onder e. en f. genoemde stukken dienen alleen bij de eerste aanvraag voor subsidie overlegd te worden. Bij de daarop volgende aanvragen, is het aangeven van wijzigingen in deze bescheiden voldoende.
5.
Indien de aanvrager in hetzelfde jaar meerdere subsidies aanvraagt, kan bij de tweede en volgende aanvraag worden volstaan met een verwijzing naar de eerste aanvraag, voor zover daarin dezelfde gegevens zijn overgelegd.
6.
Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, indien deze voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.
7.
Het college kan in een beleidsregel bepalen dat voor aanvragen voor een subsidie die lager is dan een in die beleidsregel bepaald bedrag, één of meer van de in het tweede lid genoemde gegevens en bescheiden achterwege gelaten kunnen worden.
8.
Het college kan met betrekking tot de aanvraag en de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven, onder meer in de vorm van een programma van eisen.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 21.