Naar hoofdinhoud
1. De aanvrager dient uiterlijk 15 april van het jaar volgend op het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. 2. De aanvraag gaat vergezeld van een verslag over de activiteiten van het afgelopen subsidiejaar. 3. Het verslag als bedoeld in lid 2 bevat in ieder geval: a. een beschrijving van de activiteiten en een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en activiteiten en een toelichting op verschillen; b. een staat van inkomsten en uitgaven, zoveel mogelijk toegerekend naar de activiteiten; c. een toelichting op deze staat van inkomsten en uitgaven; d. ten behoeve van de vaststelling van subsidies die liggen tussen de door het college, in een beleidsregel vastgestelde, bedragen een samenstellingsverklaring van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent; e. ten behoeve van de vaststelling van subsidies boven de onder d bedoelde bedragen een accountantsverklaring conform het bepaalde in artikel 5; f. een balans met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan; g. voor zover van toepassing, een toelichting op reserves en voorzieningen. 4. Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd. 5. Het college kan met betrekking tot de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel