Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter wordt door het college benoemd. 2.. De voorzitter wordt voor een periode van vier jaar benoemd en is eenmaal herbenoembaar. 3.. Bij aftreden of bij het verstrijken van de benoemingstermijn blijft de voorzitter de functie vervullen tot in de opvolging is voorzien. 4.. Het voorzitterschap eindigt op eigen verzoek. Als de voorzitter ontslag wenst te nemen doet hij/zij hiervan mededeling aan het college 5.. De Participatieraad kan het college verzoeken het lidmaatschap van de voorzitter te beëindigen, bijvoorbeeld als deze niet meer voldoet aan artikel 9 lid1 en/of artikel 10 lid 1 en 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel