**1..** Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester, de gemeentesecretaris of de griffier die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft het recht om tijdens het ‘over-en-weer’ verslag te doen over de zaken die in het algemeen bestuur aan de orde zijn. Voor bespreking van dit verslag zal de raadsvoorzitter verwijzen naar de Agendacommissie ter agendering in een ronde- of debattafel.
**2..** Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijk vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 41, zijn van overeenkomstige toepassing.
**3..** Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 42, zijn van overeenkomstige toepassing.
**4..** Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering, ten minste twee weken tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat het betrokken raadslid niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde bestuur.
**5..** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.
Hoofdstuk 6
Artikel 47
Verslag en verantwoording
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Duiven houdende regels omtrent orde (Reglement van Orde gemeenteraad Duiven 2019)