Naar hoofdinhoud

Artikel 1.3

Relevante ontwikkelingen

Onderdeel van Uitvoeringsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2019

Zowel intern als extern spelen er verschillende ontwikkelingen die van invloed zijn geweest op het samenstellen van dit uitvoeringsplan. De ontwikkelingen spelen zowel op organisatorisch als op juridisch en maatschappelijk gebied. Hieronder zijn de belangrijkste ontwikkelingen kort beschreven. 1.3.1 . Omgevingsrecht Het omgevingsrecht is de laatste tien jaar fors aan veranderingen onderhevig. Meer en meer komt de nadruk te liggen op integraal en programmagericht werken. Terugkerende elementen zijn vermindering van de administratieve lastendruk, minder vergunningplichtige activiteiten, meer algemene regels en het introduceren van cyclisch werken (‘plan-do-check-act’ conform de Big 8 cyclus). Daarnaast eist de maatschappij steeds meer dat vergunningverlening, toezicht, maar ook handhaving eenduidiger en transparanter plaatsvindt. In de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn kwaliteitseisen opgenomen waaraan een goede, professionele vergunningverlening moet voldoen. In het kielzog van de Wabo zijn (onder andere) de volgende wetswijzigingen die van invloed zijn op de werkzaamheden binnen het veld van vergunningverlening in de afgelopen periode in werking getreden: • Verruiming vergunningsvrij bouwen (Bor); • Introductie van de ‘kan-bepaling’ voor de welstandstoets; • Bouwbesluit 2012; • Crisis- en Herstelwet; • Borging Kwaliteitscriteria 2.1 Per 1 juli 2017 is een wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Regeling omgevingsrecht (Mor) in werking getreden. Met het wijzigingsbesluit is het toepassingsbereik van de VTH kwaliteitscriteria uitgebreid. De uitbreiding ziet voornamelijk op het basistakenpakket, de procescriteria voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) en het digitaal kunnen uitwisselen van inspectiegegevens via Inspectieview Milieu. Waar nodig is bij het opstellen van dit uitvoeringsplan rekening gehouden met deze wijziging van het Bor en de Mor. Voor wat betreft vergunningverlening geldt dat het Vergunningenbeleid in samenwerking met de overige Brabantse Walgemeenten Bergen op Zoom en Woensdrecht is opgesteld. Dit beleid is in 2018 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Het streven is om te komen tot één VTH-beleidsplan, met het daarbij behorende jaarlijkse uitvoeringsprogramma VTH en jaarverslag VTH. 1.3.2 . Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het garage dak in Tiel, winkelcentrum Bos en Lommer in Amsterdam, het winkelcentrum in Heerlen en de brand bij Chemie-Pack hebben ertoe geleid dat toezicht en handhaving hoger op de politieke agenda belandt. De overheid heeft ten aanzien van de VTH-taken een preventieve rol. Aannemers, vergunninghouders, eigenaren, burgers en ondernemers in het algemeen zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven van de regels. De maatschappelijke ontwikkeling om burgers meer te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid, vertaalt zich ook door naar het vakgebied VTH, onder de term ‘publiek wat moet, privaat wat kan’ (Commissie Dekker). In het wetsvoorstel ‘kwaliteitsborging voor het bouwen’ (Wkb) wordt het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw geïntroduceerd. Met dit nieuwe stelsel wordt beoogd meer verantwoording bij marktpartijen neer te leggen. De rol van de gemeente als bevoegd gezag verandert door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. De bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw zullen in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw uitgevoerd worden door een marktpartij en niet meer door de gemeente. De gemeente behoudt wel haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor toezicht op welstand, monumenten, bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen) en voor de handhaving. Begonnen wordt met bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 1 (eenvoudigere bouwwerken zoals grondgebonden woningen). In de praktijk blijkt dat binnen het gros van de gemeenten de meeste bouwwerken vallen onder gevolgklasse 1, waardoor deze fase de meeste impact zal hebben. Het bouwtechnische gedeelte van het werk valt daarmee weg bij de gemeente, wat invloed heeft op de capaciteit zowel binnen de organisatie als buiten de organisatie. Later (naar verwachting in 2020) volgt uitbreiding van het systeem naar andere meer complexe bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 2 en 3. Het is echter onduidelijk wanneer het wetsvoorstel tot wet verheven wordt. De verwachting is dat het voorstel tegelijk met de Omgevingswet in werking zal treden. Recent heeft de Minister een brief naar de Eerste Kamer gestuurd waarin ze de kamer verzoekt het voorstel weer in behandeling te nemen. Door de lange onduidelijkheid rondom dit wetsvoorstel is het lastig om te anticiperen op dit wetsvoorstel. De ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. Voor nu betekent dit wel dat de VTH kwaliteitseisen en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen nog niet met elkaar verbonden zijn. Welke invloed de verschuiving van toets vooraf, naar controle achteraf heeft op de capaciteit is vooralsnog lastig in te schatten. 1.3.3 . Kwaliteitscriteria 2.1 In 2009 zijn er afspraken gemaakt tussen het Rijk, het IPO en de VNG: de Package deal. In de Package deal wordt gesproken over de vorming van de Regionale Uitvoeringsdiensten, verdere decentralisatie van bevoegdheden en de kwaliteitscriteria. Voldoen aan deze kwaliteitscriteria draagt bij aan een betere uitvoering van de VTH-taken en een onafhankelijke en professionele overheid. De set kwaliteitscriteria (2.0) zijn regelmatig aangepast tot de definitieve versie in 2012: de Kwaliteitscriteria 2.1. De criteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van de organisatie als de kwaliteit van de medewerkers. De set maakt inzichtelijk welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en als opdrachtgevers, mogen verwachten van de VTH-taken. De criteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van de organisatie als de kwaliteit van de medewerkers. Voor de organisatie betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus is (Big 8 cyclus) voor het opstellen van doelstellingen naar monitoring op het behalen van deze doelstellingen. Het fundament van kwaliteit is het afleveren van een zo goed mogelijk product. Hiervoor is vooral vakmanschap nodig. De criteria voor kritieke massa adresseren dit vakmanschap in termen van voldoende medewerkers, de juiste opleidingen ervaring, kennis en het onderhouden en het borgen daarvan. Door nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving, is er sprake van deregulering en daarmee een afname van taken. De verwachting is dat dit gevolgen heeft voor de benodigde personele capaciteit op die taken. Het gevolg kan zijn dat er onvoldoende personele capaciteit beschikbaar is om te voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau. Een oplossing hiervoor is het zoeken van samenwerking binnen de regio, waarbij in gezamenlijkheid wel kan worden voldaan aan de criteria. Voor het vaststellen van het gewenste kwaliteitsniveau is voor de thuistaken een Verordening Kwaliteit VTH vastgesteld. Voor de basistaken die bij de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant zijn ondergebracht zijn de Kwaliteitscriteria 2.1 vastgelegd. Sinds enkele jaren werken we samen met de Brabantse Walgemeenten Bergen op Zoom en Woensdrecht om gezamenlijk te voldoen aan de kwaliteitscriteria VTH. In 2019 zal deze samenwerking geïntensiveerd worden. Concreet betekent dit dat per 1 april 2019 officieel wordt gestart met samenwerken door middel van het inzetten van thuisinlogcodes. De oplossing met thuisinlogcodes wordt beschouwd als een oplossing voor de korte termijn, waar de gemeenten aan elkaar en aan de samenwerking kunnen 'wennen' en kunnen ervaren wat de samenwerking van elkaar gaat vragen. Daarnaast is besloten om per direct het traject naar een gezamenlijke Europese aanbesteding in gang te zetten voor de aanschaf van een VTH-applicatie. Dit is een geautomatiseerd systeem om de VTH-medewerkers te ondersteunen in hun werkzaamheden. 1.3.4 . Omgevingswet De Omgevingswet behelst een grootschalige transitie van het Omgevingsrecht. In 2021 treedt de Omgevingswet volgens de huidige planning in werking. Door regelgeving op het gebied van omgevingsrecht te bundelen en te vereenvoudigen, ontstaat er meer samenhang in het beleid. De wijzigingen in wet- en regelgeving vereisen straks een hele nieuwe manier van werken van overheden. Namelijk integraal, participatief, meer digitaal en gebruikmakend van lokaal maatwerk. 1.3.5 . Organisatieontwikkeling In 2018 zijn de diverse afdelingen komen te vervallen. Hiervoor in de plaats zijn 6 teams gekomen. In team Wonen, Werken en Beleven (WWB) zijn de volgende taakvelden ondergebracht: Ruimte, Economie, Gebiedsontwikkeling, Duurzaam/Milieu, Recreatie/Toerisme, Erfgoed, Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving (VTH) en Openbare orde & veiligheid (OoV). Als gevolg hiervan zijn de taakvelden VTH niet langer verspreid over meerdere afdelingen, maar ondergebracht in één team, wat de informatie-uitwisseling en onderlinge samenwerking ten goede zal komen. Om de integraliteit van deze onderdelen te bevorderen is in 2018 gestart met een proces om te komen tot een herstructurering van VTH-taken. Dit proces zal afgerond worden in 2019. 1.3.6 . Uitbreiding toezichthouders met 1 fte In 2017 heeft de gemeenteraad extra middelen beschikbaar gesteld om, in ieder geval tot en met 2019, 1 fte toezichthouder Leefomgeving (was 0,5 fte) en 1 fte toezichthouder Wabo (was 0,5 fte) beschikbaar te hebben. De toezichthouder Wabo is op eigen verzoek vanaf september 2018 gedetacheerd in een andere gemeente, voorlopig voor de duur van 6 maanden (tot 1 maart 2019). Gedurende deze periode wordt iemand ingehuurd om de werkzaamheden over te nemen. Op welke accenten het toezicht in 2019 plaats vindt, leest u in het volgende hoofdstuk. 1.3.7 . Uitbreiding buitengewoon opsporingsambtenaren met 200 uur en structurele Boapool In 2018 is de capaciteit van de buitengewoon opsporingsambtenaren binnen domein I (openbare ruimte) uitgebreid met 200 uur. In 2019 is deze capaciteit nogmaals uitgebreid met 150 uur om in te zetten op Openbare Orde en Veiligheid. Een nadere invulling van deze 150 uur dient nog plaats te vinden, omdat de beoogde inzet niet geheel past binnen de werkzaamheden van de boapool. Van de 1450 uur ‘breed boatoezicht’ regulier zullen structureel meer uren buiten kantoortijd en in de weekends ingezet worden. We verwachten de jaarlijkse toename in klachten op deze manier te kunnen behandelen en meer flexibiliteit te waarborgen in het behandelen van klachten buiten kantoortijden. 1.3.8 . Het verder verdiepen van de aanpak georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit In het Integraal veiligheidsbeleid gemeente Steenbergen 2016-2020 staat het veiligheidsbeleid beschreven. Een belangrijk onderwerp is het verder verdiepen van de aanpak georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit. Dit onderwerp raakt ook handhaving, daar we nu al een deel van de uitvoering van dit beleidsterrein op ons nemen (Damoclesbeleid) en er 150 uur van de boapool wordt afgenomen voor de inzet op Openbare orde en Veiligheid. 1.3.9 . Het verbod op asbestdaken 2024 Vanaf 2024 zijn asbestdaken in Nederland verboden. Dit betekent dat eigenaren van gebouwen met asbesthoudende dakbedekking deze voor die tijd moeten verwijderen. Het verbod beoogt mens en milieu tegen de gezondheidsrisico’s, die blootstelling aan asbest met zich mee kan brengen, te beschermen. De gemeente is met betrekking tot naleving van deze regelgeving het bevoegd gezag. De gemeente Steenbergen neemt deel aan het provinciale project Intensivering toezicht veehouderijen, waarbij de OMWB vanaf 2018 gedurende 3 jaar alle veehouderijen in de gemeente Steenbergen gaat controleren op de veranderde wet- en regelgeving. Tevens vindt hierbij een inventarisatie plaats van asbestdaken en leegstaande stallen (ter voorkoming van ondermijnende activiteiten). Daarnaast zal in 2019 een inventarisatie plaatsvinden van álle asbestdaken in de gemeente Steenbergen, zodat we tijdig in beeld hebben om hoeveel daken het gaat. Vervolgens kan de inzet om te komen tot asbestvrije daken in 2024 bepaald worden. 1.3.10 . Evenementen In 2019 zal er gewerkt worden met een nieuw proces voor het afhandelen van evenementenvergunningen. Door dit proces kan er effectiever gewerkt worden, met een snellere en tijdige vergunningverlening en een betere afstemming met de toezichthouder. Ook wordt de mogelijkheid onderzocht om de controle van de vele evenementenmeldingen te laten uitvoeren door de Stichting Samenwerken.

Rechtspraak bij dit artikel