Naar hoofdinhoud
1.. De budgethouders zijn, ieder voor het aan hen toegekende budget, verantwoordelijk voor het realiseren van de activiteiten en/of algemene ondersteunende activiteiten of projecten die gerelateerd zijn aan de hem toegewezen budgetten; de voorbereiding van het beleid ter zake waaronder begrepen het voorbereiden van begrotingsvoorstellen, conform het bepaalde in artikel 5; een correcte besteding en verantwoording van de budgetten waaronder wordt verstaan: de deugdelijkheid van de financiële verantwoording; de rechtmatigheid van de verplichtingen, de uitgaven en de ontvangsten; het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen. 2.. De budgethouder rapporteert aan de betreffende hoofdbudgethouder over de voortgang van de beleidsuitvoering en het beheer; de inzet van de tot de budgetten behorende middelen (m.u.v. de kapitaallasten) aan de hand van een overzicht van de geplande en de werkelijke uitkomsten van het budget van de budgethouder waaruit de actuele budgetruimte blijkt; de vooruitzichten in financieel opzicht waarbij met name informatie wordt verstrekt over het niet of vertraagd realiseren van doelen en prioriteiten uit de programmabegroting en/of onderliggende taakveldraming of projecten. 3.. De onder lid 2 genoemde rapportage wordt door het managementteam aan het college van burgemeester en wethouders aangeboden. 4.. Op basis van onder lid 3 genoemde rapportages worden de tussentijdse rapportages aan de raad als bedoeld in de Financiële verordening gemeente Beekdaelen opgesteld. Rapportage en informatie aan de raad vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van de Financiële verordening gemeente Beekdaelen. Deze verantwoording vindt in ieder geval plaats via de zogenaamde 1e marap/burap (stand van zaken t/m april) en de 2e marap/burap (stand van zaken t/m september) van het lopende begrotingsjaar. 5.. Substantiële afwijkingen en/of risico's worden altijd per direct gemeld aan de afdelingsmanager, dit ter beoordeling aan de budgethouder waarbij zowel de aard van de afwijking als de inhoud van de activiteit een rol zullen spelen. 6.. Overeenkomsten worden in beginsel schriftelijk aangegaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel