De jeugdige/ouder is op grond van de Verordening Jeugdwet Twenterand 2019 verplicht het college op de hoogte te stellen van feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot heroverweging van een genomen beslissing.
Het college kan een beslissing aangaande een persoonsgebonden budget herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat:
de jeugdige/ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige/ouders niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen;
de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige/ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget, of;
de jeugdige of zijn ouders het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is.
Het college bepaalt in de beslissing als bedoeld in het tweede lid het tijdstip waarop de beslissing in werking treedt.
Indien het college een beslissing aangaande een persoonsgebonden budget met toepassing van het tweede lid, onderdeel a, heeft herzien dan wel ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget invorderen.
Hoofdstuk
Artikel 30
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering bij persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Twenterand 2019