Indien uit het gesprek is gebleken dat er geen individuele voorziening op basis van de Jeugdwet nodig is, wordt hiervan in een gespreksverslag melding gemaakt en wordt er geen ondersteuningsplan opgesteld.
Mocht uit het gesprek blijken dat er geen individuele voorziening op basis van de Jeugdwet nodig is, maar wel ondersteuning vanuit andere of overige voorzieningen, dan wordt in overleg met en met toestemming van de jeugdige/ouder contact opgenomen met de betreffende instelling en wordt een afspraak voor de jeugdige/ouder met deze instelling gepland.
Het concept ondersteuningsplan wordt samen met de jeugdige/ouder opgesteld. In dit plan staat het geheel aan benodigde ondersteuning, inclusief de inzet van het sociaal netwerk, de inzet van overige voorzieningen en, indien van toepassing, de inzet van individuele voorziening(en)/pgb. In het ondersteuningsplan worden de zorgdoelen/ gewenste eindsituatie/ gewenste ontwikkelingsuitkomsten zoveel mogelijk in de woorden van de jeugdige/ouder geformuleerd.
Uiterlijk binnen 6 weken nadat de jeugdige/ouder heeft aangegeven dat zij niet voornemens zijn om een familiegroepsplan, zoals beschreven in artikel 7, op te stellen, dient het ondersteuningsplan ter beschikking gesteld te worden aan de jeugdige/ouder. Indien hiervoor informatie of inspanning van de jeugdige/ouder is vereist en deze wordt niet tijdig geleverd, dan wordt jeugdige/ouder per brief verzocht de benodigde informatie/inspanning alsnog te leveren.
Het ondersteuningsplan kan dienst doen als gespreksverslag of daar onderdeel van uitmaken.
Het ondersteuningsplan kan indien nodig gedurende het ondersteuningstraject worden aangevuld/aangepast, in samenspraak met de jeugdige/ouder.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Het verslag en/of het ondersteuningsplan
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Twenterand 2019