Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Verordening minimaregelingen Leeuwarden 2011

Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden; belanghebbende: de persoon die behoort tot de doelgroep bedoeld in artikel 3 van deze verordening en wiens belang rechtstreeks is betrokken bij een besluit over de vergoeding participatiekosten en/of de zwemfaciliteit ten behoeve van hemzelf en/of zijn partner en/of minderjarige kinderen die tot zijn huishouden behoren; aanvraag: een verzoek van een belanghebbende aan het college om een beschikking te geven over het verstrekken van een vergoeding participatiekosten en/of het aanbieden van de zwemfaciliteit; aanspraak: het recht van belanghebbende op de vergoeding participatiekosten en/of de zwemlesfaciliteit; vergoeding participatiekosten: een tegemoetkoming per kalenderjaar in de aantoonbare kosten van deelname aan maatschappelijke activiteiten, inbegrepen de communicatiekosten, alsmede een tegemoetkoming in de gemaakte kosten van noodzakelijke aanschaf van een identiteitsbewijs; tegemoetkoming: een financiële bijdrage om niet; maatschappelijke activiteiten: de buiten de huiselijke kring ondernomen activiteiten op sport-, cultureel, recreatief en sociaal maatschappelijk gebied; communicatiekosten: de kosten die betrekking hebben op een abonnement op een krant, een tijdschrift of bij een internetprovider alsmede kosten van aansluiting op en gebruik van het vaste en mobiele telefoonnet; identiteitsbewijs: een document als vermeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht waarmee aan de toonplicht als bedoeld in artikel 2 van die wet kan worden voldaan; prijsindexcijfer: het door de gemeente Leeuwarden gehanteerde indexcijfer voor aanpassing van de hoogte van de vergoeding participatiekosten; zwemlesfaciliteit: de door de Gemeente Leeuwarden geboden mogelijkheid om kosteloos zwemlessen te volgen voor het behalen van het A- gedeelte van het ABC- zwemdiploma; inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Wet werk en bijstand gerekend over de maand voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend; vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34,lid 1 onder a van de Wet werk en bijstand voor zover dit bestaat uit liquide en direct opneembare geldmiddelen; bijstandsnorm: de norm als bedoeld in § 3.2 van de Wet werk en bijstand die op de belanghebbende van toepassing is of zou zijn vermeerderd met de maximale toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 2 van die wet met dien verstande, dat voor een 21-jarige de maximale toeslag wordt bepaald op 0% en voor een 22-jarige op 10%.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel