• - Indien inspraak wordt verleend stellen Burgemeester en wethouders een inspraakprocedure vast. Op deze inspraakprocedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
    • - de termijn, genoemd in artikel 3:16 lid 1, zes weken bedraagt;
    • - de inspraakgerechtigden hun zienswijze schriftelijk naar voren kunnen brengen.
  • - Het bestuursorgaan kan per beleidsvoornemen gemotiveerd bepalen dat een andere inspraakprocedure geldt. Dit besluit wordt vooraf gepubliceerd.