**1..** Indien uit eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau blijkt dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet kan het bestuursorgaan overgaan tot:
Het nemen van een negatief besluit op de aanvraag om een beschikking, of
Het uitsluiten van de betreffende inschrijver op een overheidsopdracht, of
Het nemen van een beslissing af te zien van het aangaan van een vastgoedtransactie met de betreffende betrokkene, of
In het geval van een verleende beschikking, het intrekken van die beschikking, of
In het geval van een tot stand gekomen overeenkomst na een aanbestedingsprocedure of een vastgoedtransactie, het zo mogelijk ontbinden van de overeenkomst.
In het geval van een aanbestedingsprocedure zal het resultaat van het onderzoek of de inhoud van het advies van het Landelijk Bureau dienen als motivering voor de toepassing van een of meerdere uitsluitingsgronden, zoals genoemd in de Aanbestedingswet 2012.
**2..** Voordat een negatief besluit wordt genomen als bedoeld in het eerste lid moet het bestuursorgaan zich, op grond van artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht, ervan vergewissen dat het onderzoek van het Landelijk Bureau op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.
**3..** Voor zover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet, kan het bestuursorgaan bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. De voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.
**4..** Het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst die een advies van het Landelijk Bureau als bedoeld in de wet ontvangt, kan dit advies gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.