Naar hoofdinhoud
1.. Het declaratiefonds maatschappelijke participatie ouderen is van toepassing op inwoners vanaf de pensioengerechtigde leeftijd en ouder. 2.. Recht op een voorziening heeft de inwoner die op het moment van aanvraag aangewezen is op een inkomen tot en met 110% van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm, zoals opgenomen in artikel 1, onder r van deze verordening, en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft, zoals opgenomen in artikel 1 onder s van deze verordening. 3.. In afwijking van lid 2 van dit artikel heeft eveneens recht op een voorziening de inwoner die op het moment van aanvraag vanwege schulden en een lopende schuldenregeling maandelijks leefgeld tot en met 110% van de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm heeft. 4.. Bij de vaststelling van het inkomen zijn de bepalingen van de wet van toepassing zoals beschreven onder artikel 1 onder g van deze verordening. 5.. Bij de vaststelling van het vermogen zijn de bepalingen van de wet zoals beschreven onder artikel 1 onder s van deze verordening van toepassing. 6.. In afwijking van lid 5 van dit artikel, wordt een extra bedrag van € 6.000,- vrijgelaten indien sprake is van een uitvaartreservering in natura (niet afkoopbaar). 7.. De tegemoetkoming wordt verstrekt ten behoeve van de inwoner vanaf de pensioengerechtigde leeftijd afzonderlijk, tenzij anders vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel