Naar hoofdinhoud
1.. De aanvrager kan een financiële tegemoetkoming aanvragen voor zichzelf, zijn of haar partner en zijn of haar ten laste komend(e) kind(eren). 2.. Op de aanvraag wordt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing genomen. 3.. Een aanvraag dient ingediend te worden via een daartoe bestemd (digitaal) aanvraagformulier. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht dienen bij de aanvraag bewijsstukken van inkomen en vermogen te worden geleverd. 5.. In afwijking van het vierde lid van dit artikel, hoeft de aanvrager geen bewijsstukken van inkomen en vermogen bij de aanvraag te leveren indien hij/zij een periodieke bijstandsuitkering ontvangt op basis van de wet. 6.. Voor tegemoetkomingen zoals genoemd in de artikelen 7, 8, 9, 11 en 13 van deze verordening dient de aanvrager aan te tonen dat hij/zij hier kosten heeft gemaakt. 7.. In afwijking van lid 6 kan een tegemoetkoming zoals genoemd in de artikelen 7, 8, 9,11 en 13 van deze verordening vooraf door de belanghebbende worden gedeclareerd middels een proformanota, of anderszins een bewijsstuk waaruit de hoogte van de kosten blijken, indien de belanghebbende niet in staat is tot betaling of indien betaling vooraf leidt tot financiële problemen voor andere kosten. 8.. De tegemoetkomingen zoals genoemd in de artikelen 7, 8, 11 en 13 worden per 12 maanden verstrekt gerekend datum eerste aanvraag. 9.. Het is niet mogelijk over voorgaande jaren een aanvraag in te dienen. 10.. Nota's met een totale waarde van minder dan € 25,00 worden niet in behandeling genomen. 11.. Indien de belanghebbende binnen 12 maanden na het maken van de eerste kosten niet aan het bedrag uit het tiende lid komt, wordt afgeweken van het tiende lid. 12.. Indien de aanvrager voor het eerst een tegemoetkoming zoals beschreven in hoofdstukken 3, 4 en 5 van deze verordening bij de gemeente aanvraagt, en hij heeft reeds van een andere gemeente een tegemoetkoming die naar aard en strekking vergelijkbaar is met een tegemoetkoming in deze verordening, dan geldt een wachttijd van 12 maanden voor de verstrekking van een tegemoetkoming gerekend vanaf de datum waarop de eerdere tegemoetkoming is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel