Anders dan in de Wmo, moet in de Wmo 2015 nadrukkelijk gekeken worden naar de mogelijkheden van cliënt om op eigen kracht of om met gebruikelijke zorg te komen tot verbetering van de zelfredzaamheid of participatie. Indien iemand zich met een hulpvraag meldt, moet dus allereerst bekeken worden in hoeverre de cliënt zelf in staat is in zijn behoefte te voorzien. Onder eigen kracht wordt verstaan dat wat binnen het vermogen van de cliënt ligt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie.
De cliënt moet zich in hoge mate inspannen om dat aan te wenden wat binnen zijn eigen bereik ligt om zelf in zijn behoefte op het gebied van maatschappelijke ondersteuning te voorzien. Een voorbeeld hier-van is dat een cliënt maatschappelijk nuttige activiteiten kan verrichten om zijn participatieprobleem aan te pakken. Een ander voorbeeld is het anders inrichten van keukenkastjes of het verplaatsen van hobby-spullen van een zolderverdieping naar bijv. de begane grond of eerste verdieping van een woning. In-dien de cliënt zelf in zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan voorzien, wordt er géén maatwerkvoorziening aangeboden.
Ook het inzetten van een particuliere hulp wordt gezien als een ‘eigen oplossing’, indien deze uiteraard reeds door de cliënt is ingezet. Indien deze reeds particuliere hulp is ingezet, worden de noodzakelijke werkzaamheden/ activiteiten (en de daarbij horende normtijden) in mindering gebracht op de daadwer-kelijke zorgbehoefte.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.1