1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 22, onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:
**a..** aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., onmogelijk maken dan wel
**b..** een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., niet aanwezig is.
2.In aanvulling op hetgeen vermeld staat in artikel 24-1 kan een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet, voor de in artikel 22 onder c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht, ook als de in artikel 22 onder a. vermelde voorziening wel aanwezig is, en er geen aantoonbare beperkingen zijn als bedoeld in artikel 24-1a, maar tegen het gebruik hiervan overwegende bezwaren bestaan.
Hoofdstuk 5
Artikel 24
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gemert-Bakel 2007