**1..** De betrokkene die recht heeft op een aanvullende uitkering, die op of na 11 augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos is geworden en op de eerste dag van werk-loosheid jonger is dan 57,5, heeft na afloop van de loongerelateerde uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedurende twee jaar recht op een verlengde uitke-ring.
**2..** De betrokkene die recht heeft op een aanvullende uitkering, die op of na 11 augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos is geworden en op de eerste dag van werk-loosheid 57,5 jaar of ouder is, heeft na afloop van de loongerelateerde uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedurende 3,5 jaar recht op een verlengde uitkering.
**3..** De hoogte van de verlengde uitkering, genoemd in het eerste en tweede lid is 80% van de berekeningsgrondslag, zolang een periode van 15 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van werkloosheid niet is verstreken en vervolgens 70% van de bereke-ningsgrondslag.
**4..** Op de verlengde uitkering genoemd in dit artikel zijn, voor zover toepasbaar, de arti-kelen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing.
**5..** Indien recht bestaat op een uitkering op grond van artikel 130h, tweede lid van de Werkloosheidswet, wordt deze op de verlengde uitkering in mindering gebracht.
Hoofdstuk 10a › Paragraaf 2
Artikel 10a:5a