**1..** In afwijking van artikel 11:7, eerste en tweede lid wordt, indien dit leidt tot een lange-re uitkeringsduur, waarin tevens voor zover van toepassing de bijzondere verlenging als bedoeld in het vierde lid van dit artikel is begrepen, de duur van de uitkering vast-gesteld overeenkomstig de volgende leden.
**2..** De duur van de uitkering wordt vastgesteld op een aantal maanden, gelijk aan 1/6 deel van de diensttijd, waarna de uitkomst naar boven wordt afgerond op hele maan-den.
**3..** De ingevolge het tweede lid berekende uitkeringsduur wordt ten hoogste vastge-steld op 24 maanden.
**4..** Indien een betrokkene ten tijde van het ontslag een diensttijd van ten minste tien ja-ren heeft volbracht en de som van zijn leeftijd en diensttijd, die hij ten tijde van het ontslag heeft bereikt, 60 jaren of meer bedraagt, wordt hem na afloop van de termijn waarover uitkering is toegekend aansluitend gedurende een periode van zes maan-den een bijzondere verlenging verleend.
Hoofdstuk 11
Artikel 11:8