Naar hoofdinhoud
1.. De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit: een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken; een bedrag voor dubbele woonkosten, gelijk aan de noodzakelijk te maken kosten, met een maximum van € 312,49 per maand met dien verstande dat de tegemoetkoming ten hoogste voor vier maanden wordt verleend; een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten, met een maximum van € 6249,44. 2.. Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de bere-keningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van vier van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met dien verstande dat het maximum-bedrag genoemd in het eerste lid onderdeel c niet overschreden wordt. 3.. Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten, geregistreer-de partners beide betrokkene zijn in de zin van dit hoofdstuk en afzonderlijk opdracht hebben om te verhuizen of zijn verplaatst, wordt voor beide betrokkenen de bereke-ningsbasis vastgesteld. Ingeval beide betrokkenen een deeltijddienstverband heb-ben en niet tevens een deeltijddienstverband bij een andere werkgever die aanspraak geeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten, wordt de berekeningsbasis vastge-steld als ware er sprake van een voltijddienstverband. De tegemoetkoming wordt toegekend op grond van de hoogste berekeningsbasis.

Rechtspraak bij dit artikel