Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich verzet tegen het toe-kennen van verlof, wordt een vergoeding in geld gegeven. De vergoeding bedraagt 16% van het 1/156 gedeelte van het salaris per maand voor elk uur, waarin de ambtenaar zich ter be-schikking moet houden, voor zover deze uren vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd en iedere andere dag die daarboven door het col-lege wordt aangewezen en 10% van dat salarisgedeelte voor elk uur, waarin hij zich ter be-schikking moest houden, indien deze uren vielen op andere dagen. De uitbetaling heeft zo spoedig mogelijk plaats.
Hoofdstuk 20
Artikel 20:1:3