Naar hoofdinhoud
1.. De ambtenaar van wie buiten zijn toedoen de toelage onregelmatige dienst, de toe-lage beschikbaarheidsdienst, en/of de inconveniëntentoelage blijvend wordt ver-laagd of beëindigd, heeft recht op een afbouwtoelage indien hij de toelage(n) zonder onderbreking van meer dan twee maanden gedurende ten minste drie jaren heeft genoten én met de verlaging of beëindiging van de toelage(n) een bedrag is gemoeid van ten minste 3% van zijn salaris. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing: op ambtenaren op wie het FLO-overgangsrecht (hoofdstuk 9a, 9b, 9d of 9e) van toepassing is, of indien voor de ambtenaar voorzieningen zijn getroffen in een sociaal plan. 3.. De looptijd van de afbouwtoelage is maximaal drie jaar. De afbouwtoelage bedraagt in het eerste jaar 75%, in het tweede jaar 50% en in het derde jaar 25% van het af te bouwen bedrag. 4.. Indien de hoogte van de af te bouwen toelage(n) aan wisselingen onderhevig was, wordt de afbouwtoelage vastgesteld op het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. 5.. Indien het salaris van de ambtenaar wordt verhoogd doordat hij een functie aan-vaardt waaraan een hogere salarisschaal is verbonden, wordt de afbouwtoelage ver-rekend met de salarisverhoging.

Rechtspraak bij dit artikel