**1..** Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:2 geeft het college algemene regels met betrekking tot de duur van de vakantie.
**2..** De duur van de vakantie van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele ar-beidsduur van minder dan 36 uur per week, wordt naar evenredigheid verminderd.
**3..** Bij de in het eerste lid bedoelde algemene regels wordt ten aanzien van de ambtena-ren of bepaalde groepen van ambtenaren voorzien in een vermeerdering van de va-kantie op grond van volbrachte diensttijd of bereikte leeftijd, dan wel van beide, waarbij het bepaalde in het tweede lid van overeenkomstige toepassing is.
**4..** De aan de ambtenaar volgens de in het eerste lid bedoelde algemene regels toeko-mende vakantie wordt vermeerderd met 14,4 uren ten aanzien van degene, bedoeld in de artikelen 3:11 en 3:13, indien regelmatig en in belangrijke mate op onregelmatige uren wordt gewerkt, respectievelijk indien de in artikel 3:13 genoemde verplichting regelmatig en in belangrijke mate op de ambtenaar rust.
**5..** In gevallen waarin dit artikel niet voorziet, stelt het college bijzondere regels vast.
**6..** (vervallen).
Hoofdstuk 6
Artikel 6:2:1