**1..** In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, gees-telijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;
werkzaamheden in het kader van de re-integratie: loonvormende arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;
scholing in het kader van de re-integratie: scholing die gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;
arbeidsongeschiktheid in en door de dienst: arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken die in overwegende mate haar oorzaak vindt in:
de aard van de opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstan-digheden waaronder deze moesten worden verricht of;
in een dienstongeval verband houdende met de aard van de opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waarin deze werk-zaamheden moesten worden verricht; en die niet aan schuld of nalatig-heid van de ambtenaar is te wijten;
restverdiencapaciteit: het door UWV vast te stellen inkomen dat de ambtenaar met zijn vaardigheden en bekwaamheden, gelet op zijn beperkingen, nog kan verdienen;
arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 17, eerste lid van de Arbeidsom-standighedenwet;
inactieve: de oud-ambtenaar met een WW-uitkering, aanvullende uitkering, na-wettelijke uitkering, WAO-uitkering, WIA-uitkering of wachtgelduitkering, die direct voorafgaand aan de uitkering in dienst was van een gemeente;
postactieve: de oud-ambtenaar met een uitkering functioneel leeftijdsontslag, ouderdomspensioen van het ABP of ABP keuzepensioen, die direct vooraf-gaand aan deze uitkering of dit pensioen in dienst was van een gemeente of in-actieve was.
**2..** Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 1
Artikel 7:1