Naar hoofdinhoud
1.. De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als recht-streeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek vanaf de eer-ste dag van die ongeschiktheid gedurende de eerste zes maanden recht op doorbe-taling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n). 2.. De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid gedurende de zevende tot en met de twaalfde maand recht op doorbetaling van 90% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n) 3.. De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 12 maanden gedu-rende de dertiende tot en met de vierentwintigste maand recht op doorbetaling van 75% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n). 4.. De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 24 maanden tot het einde van zijn dienstverband recht op doorbetaling van 70% van zijn salaris en de toe-gekende salaristoelage(n). 5.. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ziekte ook gebreken verstaan. 6.. De ambtenaar heeft recht op de doorbetaling van zijn volledige salaris en de toege-kende salaristoelage(n) over de uren waarop hij: zijn arbeid verricht; passende arbeid verricht; werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie verricht; scholing volgt in het kader van zijn re-integratie. 7.. De ambtenaar behoudt na afloop van de termijn van zes maanden recht op de door-betaling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n) bij arbeidson-geschiktheid in en door de dienst. 8.. De ambtenaar bedoeld in het derde en vierde lid die gedurende ten minste 50% van zijn formele arbeidsduur zijn arbeid, passende arbeid, werkzaamheden in het kader van zijn re-integratie verricht of scholing volgt in het kader van zijn re-integratie, ge-noemd in het zesde lid van dit artikel, heeft recht op een extra percentage van 5% be-rekend over het salaris en de toegekende salaristoelagen waar hij recht op heeft in-gevolge dit artikel. Hierbij geldt als maximum het salaris en de toegekende salaris-toelagen zoals genoemd in het eerste lid. 9.. De ambtenaar heeft ten minste recht op het wettelijk minimumloon, berekend naar rato van zijn formele arbeidsduur. 10.. De periode waarover de ambtenaar voorafgaand aan de periode van het zwanger-schaps- en bevallingsverlof, bedoeld in artikel 6:7, ziek is als gevolg van de zwanger-schap, schort de periode, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid op. 11.. Voor de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid worden perioden van on-geschiktheid wegens ziekte samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt genoten, bedoeld in ar-tikel 6:7, tenzij in dat geval de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 12.. De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelagen zoals genoemd in het eerste, tweede, derde en vierde lid eindigt indien de ambtenaar definitief wordt herplaatst in een andere functie. 13.. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het recht op beloning tij-dens arbeidsongeschiktheid. 14.. Het college zal rekening houden met individuele gevallen van terminale ziekte. In die gevallen zal de afweging worden gemaakt of ook na afloop van de termijn van zes maanden, bedoeld in het eerste lid het volledige salaris en de toegekende salaristoe-lage(n) wordt doorbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel