Naar hoofdinhoud
1.. Het college onderzoekt periodiek of er aanleiding is een beslissing aangaande een persoonsgebonden budget te heroverwegen. 2.. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg de bestedingen van het persoonsgebonden budget. 3.. Een ieder die een niet vrij-toegankelijke voorziening als persoonsgebonden budget heeft gekregen, wordt gevraagd verantwoording af te leggen over de besteding en inzet van het budget. 4.. Er wordt een controle gehouden bij de groep budgethouders waarbij de Sociale Verzekeringsbank een signaal heeft afgegeven, aangevuld met de budgethouders die een betaling hebben ontvangen van de Sociale Verzekeringsbank en waarbij geen bijzonderheden zijn gesignaleerd, uiterlijk 6 maanden na de begindatum van de indicatie of in het kader van een heronderzoek. 5.. Tijdens de controle worden de voorwaarden en criteria zoals genoemd in artikel 5 en 6 van dit besluit getoetst. 6.. Indien uit de controle blijkt dat de budgethouder: niet heeft voldaan aan de voorwaarden en criteria zoals genoemd in artikel 5 en 6 van dit besluit; het persoonsgebonden budget niet heeft besteed aan de ondersteuning waarvoor hij bedoeld is; de gegevens van de Sociale Verzekeringsbank en de controle niet overeenkomen; volgt er een vervolgcontrole na 4 weken. 7.. Indien uit de vervolgcontrole, zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel, blijkt dat voldaan wordt aan de voorwaarden en criteria als genoemd in artikel 5 en 6 van deze nadere regels en het persoonsgebonden budget juist besteed is, zullen de daaropvolgende verantwoordingsmomenten, als bedoeld in derde lid van dit artikel, worden uitgevoerd. 8.. Indien uit de vervolgcontrole blijkt dat het persoonsgebonden budget wederom onrechtmatig besteed en/of niet aan de voorwaarden en criteria zoals genoemd in artikel 5 en 6 van dit besluit wordt voldaan, zal de verstrekkingsvorm omgezet worden naar Zorg-In-Natura (ZIN). 9.. Als de budgethouder, bij de intensieve verantwoording het budget niet of niet volledig kan verantwoorden, wordt het niet verantwoordde deel teruggevorderd. 10.. Indien uit de controle blijkt dat het toegekende persoonsgebonden budget te hoog of te laag blijkt te zijn, is het college bevoegd om het budget tussentijds aan te passen. 11.. Het persoonsgebonden budget van een niet vrij-toegankelijke voorziening kent een vrij besteedbaar bedrag, waarover geen verantwoording noodzakelijk is. Dit bedraagt € 100,00 per jaar per. Dit budget kan gebruikt worden voor bijkomende kosten, zoals telefoonkosten, kosten voor de VOG-verklaring en scholing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel