In dit statuut wordt verstaan onder:
Agentschap Het Agentschap van de Generale Thesaurie is een onderdeel van het Ministerie van Financiën, dat onder meer verantwoordelijk is voor het beleid en de uitvoering van Schatkistbankieren. In dit statuut: het Agentschap
Administratieve organisatie Het stelsel van organisatorische maatregelen dat gericht is op het tot stand brengen en in stand houden van de goede werking van de informatieverzorging in en over de organisatie, waaronder het invoeren van functiescheiding en interne controle.
Beheer van geldstromen Alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren, zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Commercial Paper (CP) Ongedekte verhandelbare schuldtitels met een vastgestelde looptijd (maximaal twee jaar) die zijn uitgegeven voor een niet- kredietinstelling.
Deposito Niet-verhandelbare belegging bij een financiële instelling of bij het Agentschap, waarbij een bedrag voor een bepaalde periode tegen een rentepercentage wordt weggezet.
Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
Drempelbedrag Schatkistbankieren Het bedrag aan overtollige liquide middelen dat gemiddeld over een kwartaal buiten de schatkist aangehouden mag worden. De hoogte van het drempelbedrag is gerelateerd aan de begrotingsomvang van een decentrale overheid.
Financiering Het aantrekken van de benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte.
Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Interne controle Het geheel van controlemaatregelen gericht op het waarborgen van rechtmatigheid, juistheid, volledigheid en tijdigheid van gegevensverstrekking.
Kasgeld Leningen met een looptijd korter dan één jaar.
Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.
Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet(tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.
Liquiditeitenbeheer Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid.
Liquiditeitspositie De mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden gedaan.
Medium Term Note (MTN) Een instrument voor de gemeente om financiering met een looptijd van minimaal twee en maximaal dertig jaar aan te trekken. Een MTN is een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder met gestandaardiseerde voorwaarden.
Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag waarover renterisico gelopen wordt, gedefinieerd als de som van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen, niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.
Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de bankrekeningen.
Schatkistbankieren Het uitzetten van gelden bij het ministerie van Financiën.
Solvabilieitsrisico van 0% Status die een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend.
Treasury activiteiten De financieringsactiviteiten, het bijbehorende risicobeheer en alle activiteiten die erop gericht zijn huidige en toekomstige financiële risico’s in kaart te brengen en te beheersen.
TreasuryfunctieAlle activiteiten voor het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen. De financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd door de treasurer.
Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen lopen tot één jaar en langlopende uitzettingen lopen één jaar of langer. Uitzettingen worden onderverdeeld in uitzettingen uit hoofde van de publieke taak en uitzettingen uit hoofde van de treasuryfunctie.