Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.4

Vergunningverlening

Onderdeel van VTH-strategie milieu 2019-2022

1.4.1 Standaard teksten omgevingsvergunningen Voor de vergunningenstrategie worden de kaders aangehouden die landelijk in ontwikkeling zijn. Omgevingsdienst IJmond zoekt daarom aansluiting bij het landelijke redactie standaardteksten omgevingsvergunning (Hierna: LRSO). De LRSO, een redactiecommissie, heeft als doel een betere onderlinge afstemming tussen de omgevingsdiensten bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Om haar doel te bereiken zorgt LRSO voor standaardteksten inzake omgevingsvergunningen die landelijke toepasbaar zijn. 1.4.2 Vraaggestuurd Beslissingen over vergunningaanvragen, meldingen, maatwerk- of gelijkwaardigheidsverzoeken en vormvrije m.e.r. beoordelingen komen voort uit: Het initiatief (aanvraag) van de exploitant (ondernemer); Veranderende wet- en regelgeving; Adviezen (intern, extern); Actualiseringswensen (van vergunninghouder, bevoegd gezag, veranderende wet- en regelgeving). Gelet hierop is het aanbod grotendeels vraaggestuurd. Wanneer een bedrijf wordt opgericht of gewijzigd, dient het bedrijf een vergunning aan te vragen. Wanneer het een meldingplichtig bedrijf is, dan dient er een melding te worden ingediend. Wellicht vloeien er naar aanleiding van meldingen of constateringen omtrent meldingplichtige bedrijven nog procedures omtrent maatwerkvoorschriften of gelijkwaardigheid. Verder wordt regelmatig getoetst of vergunningen in aanmerking komen voor actualisering. Een actueel vergunningenbestand draagt bij aan het verlagen van de milieudruk en het verbeteren van de naleefgedrag. Nieuwe wet- en regelgeving kunnen aanleiding zijn voor actualisering. Ook belangrijke thema’s, zoals luchtkwaliteit, LAP3, externe veiligheid en zeer zorgwekkende stoffen, worden betrokken bij de actualiseringstoets evenals de bevindingen van toezicht en handhaving. 1.4.3 Toetsing Vergunningplichtige activiteiten worden getoetst aan de wettelijke kaders zoals Wabo, Bor, AB, Rie, LAP3, Besluit-mer etc. Binnen deze kaders is BBT en veiligheid een leidraad. Omdat het landelijke milieubeleid vooral gebaseerd is op Europese regelgeving is er weinig ruimte om hiervan af te wijken. Strenger kan wel maar onderbouwd en vastgelegd in beleid. Een soepeler invulling van vergunningverlening is vaak niet mogelijk. Voor een deel van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, is het nodig om af te wegen via een (vormvrije) m.e.r. beoordeling of er grote nadelige gevolgen zijn voor het milieu en het opstellen van een MER rapportage nodig is. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld afvalverwerkende bedrijven en bepaalde veehouderijen. In het Besluit-mer zijn de betreffende categorieën opgenomen. Bij het opstellen van besluiten wordt het lokale beleid meegewogen. Voorbeelden van lokaal beleid zijn: APV, Provinciale Milieuverordening, bestemmingsplannen, beleidsregels van partners, beheerplannen, interferentiegebieden etc. Sommige bedrijven hebben een zogenoemde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig voordat zij kunnen starten met bepaalde genoemde activiteiten. Het betreft gevallen waarin het bevoegd gezag een lokale toets moet uitvoeren om te beoordelen of de activiteit inpasbaar is in de lokale situatie. Het gaat onder meer om: Activiteiten met afvalstoffen (milieustraten, opslag gebruikte banden, demonteren autowrakken); Activiteiten die veel geluid produceren; Activiteiten met een potentieel grote belasting van de lucht, zowel wat betreft stof als geur; Activiteiten met gesloten bodemsystemen. Activiteiten waarvoor een m.e.r. beoordeling verplicht is. Op het niveau van het beschikken op een vergunningaanvraag spelen twee punten een belangrijke rol. De technisch-inhoudelijke complexiteit; De sociaalmaatschappelijke complexiteit van de situatie. 1.4.3.1 Technisch-inhoudelijke complexiteit Elke vergunning bestaat uit een mix van standaard- en specifieke voorschriften, maar de verhouding is wisselend. Als de technisch-inhoudelijke complexiteit van de specifieke situatie (de inrichting of activiteit in kwestie en/of het gebied waar de inrichting is gelegen of de activiteit plaatsvindt) klein is, ligt het accent vooral op standaardvoorschriften en minder op specifieke voorschriften. Omgekeerd ligt het accent vooral op specifieke voorschriften en minder op standaardvoorschriften, als de technisch-inhoudelijke complexiteit van de situatie (inrichting, activiteit en/of gebied) groot is. 1.4.3.2 Sociaal-maatschappelijke complexiteit (politiek gevoelig) Indien de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de specifieke situatie gering is, kan het proces van tot stand brengen van een vergunning ‘rechttoe-rechtaan’ zijn. Een dergelijke vergunning kan, met het accent op de inhoud, in beginsel eigenstandig door Omgevingsdienst IJmond worden afgehandeld. Als de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de situatie daarentegen groot is ligt het totstandbrengingproces gecompliceerder. Bijvoorbeeld vanwege de betrokken inrichting of initiatiefnemer en diens voorgeschiedenis of economisch belang en/of aanwezige belangenorganisaties die zich roeren (politiek gevoelig). In dit geval moet er bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces minstens zo belangrijk als de inhoud; afstemming, overleg en/of samenwerking zullen noodzakelijk zijn tussen Omgevingsdienst IJmond, het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden. Bij de beoordeling van politiek gevoelige dossiers worden onder andere: internet geraadpleegd (bedrijf/naam aanvrager); ligging ten opzichte van de omgeving beoordeeld; de klachtenregistratie geraadpleegd; navraag gedaan bij handhaving; krantenberichten bekeken; navraag gedaan bij een collega met gebiedspecifieke kennis/branche kennis; collega bij de gemeente geraadpleegd (bijvoorbeeld: afdeling RO/bouw/EZ). Wanneer sprake is van een sociaal-maatschappelijke complexiteit, wordt samenwerking gezocht met de gemeente via de milieucontactpersoon/schakelaar. Bij een meervoudig dossier wordt met de gemeente afgestemd dat dit gebeurt met extra aandacht. Dit betekent overleg en/of samenwerking tussen Omgevingsdienst IJmond, de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk), de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.

Rechtspraak bij dit artikel