Om te voorkomen dat een te nauwe band ontstaat tussen de handhaver en de activiteit is een roulatiesysteem opgezet. Een toezichthouder voert:
Niet meer dan eenmaal een handhavingstraject uit bij een inrichting type C- bedrijf. Na het afloop van dit handhavingstraject zullen eerst twee andere inspecteurs een handhavingstraject bij de inrichting moeten hebben doorlopen alvorens deze inspecteur opnieuw een handhavingstraject mag opstarten.
Maximaal twee handhavingstrajecten uit bij inrichting type B- bedrijven. Na het aflopen van deze handhavingstrajecten zullen eerst twee andere inspecteurs een handhavingstraject bij de inrichting moeten hebben doorlopen alvorens deze inspecteur opnieuw een handhavingstraject kan opstarten.
Wel merken wij op dat indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, hiervan gemotiveerd mag worden afgeweken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een inspecteur zeer specialistische kennis heeft op een vakgebied waar slechts weinigen binnen de omgevingsdienst over beschikken. Gezien de controlefrequenties voor de inrichting type A- bedrijven zal naar verwachting geen nauwe band ontstaan tussen de handhaver en het bedrijf.