Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4:22 van de Awb, vast en neemt daarbij de gemeentebegroting in acht.
Voor de uitvoering van deze regeling geldt dat:
60% van het subsidieplafond beschikbaar is voor aanvragers als bedoeld onder artikel 1.4, eerste lid, onder a en b;
40% van het subsidieplafond beschikbaar is voor aanvragers bedoeld onder artikel 1.4, eerste lid, onder c;
De genoemde verdeling onder a en b geldt tot 1 september van het betreffende kalenderjaar. Tussen 1 september en 31 december wordt de genoemde verdeling losgelaten.
Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is ingediend.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.5