1. Bij afwezigheid van de functionarissen aan wie bij of krachtens dit register of volmacht, bevoegdheden zijn gemandateerd, of (onder)volmacht is verleend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun aangewezen plaatsvervangers volgens de organisatieregeling, of door degene die door de desbetreffende IRM is aangewezen als plaatsvervanger.