Naar hoofdinhoud
1. Het is de houder van een standplaats verboden bak- en kookinstallaties te gebruiken. 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen onder door hem te stellen voorwaarden, en deze worden vermeld in de standplaatsvergunning. 3. Voor het plaatsen van verwarmingsapparatuur (op gas of elektriciteit) voor producten en personen dient toestemming van de marktmeester worden verkregen. 4. Toestellen en installaties die dat behoeven dienen te zijn voorzien van een adequate rookgasafvoervoor-ziening; de bij bakken, braden en frituren vrijkomende dampen dienen via een onbrandbaar, hittebestendig en gasdicht rookafvoerkanaal waarin een verwisselbaar of reinigbaar vetvangend filter is geplaatst, te worden weggeleid (tenzij het om een elektrische frituurpan van maximaal 4 liter gaat dan wel een kookketel met een inhoud van niet meer dan 25 liter). 5. Toestellen en installaties dienen schoon en vetvrij te worden gehouden en te voldoen aan de HACCP normen. 6. Installaties voor koken, bakken, braden en frituren dienen tenminste jaarlijks aan onderhoud te worden onderworpen en tweejaarlijks gekeurd worden door een erkende installateur; van deze keuring dient een rapport aanwezig te zijn binnen de verkoopinrichting. 7. Bij gebruik van een installatie voor koken, bakken, braden en frituren, dient voor iedere pan of frituurbak een goed passend metalen deksel aanwezig te zijn. 8. In het geval er sprake is van personeel dient dit voldoende te zijn om te kunnen werken met de installatie.

Rechtspraak bij dit artikel