Naar hoofdinhoud
1. Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder, en in geval artikel 8 lid 2 van de Marktverordening van toepassing is, tevens de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel; b. een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; c. de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; d. het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de (sub-)branche waartoe de vergunninghouder behoort; e. de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend; f. dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; g. de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; h. welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur is toegestaan; i. de periode waarvoor de vergunning is verstrekt. 2. Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht.

Rechtspraak bij dit artikel