Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Afstemming bij verblijf in een instelling

Onderdeel van Beleidsregels algemene bijstand gemeente Hoogeveen 2019

Bij een verblijf in een instelling kan wonen en zorg gescheiden zijn. Hierdoor kan een situatie ontstaan waardoor belanghebbende woonlasten verschuldigd is. De algemene bijstand naar de norm voor verblijf in een instelling is dan ontoereikend. De algemene bijstand moet via artikel 18 Participatiewet worden afgestemd op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van belanghebbende. De algemene bijstand wordt in een dergelijke situatie opgehoogd met de verschuldigde woonkostencomponenten (bijvoorbeeld huur, gas, water en elektra), rekening houdend met eventuele huurtoeslag. Als er een ander inkomen wordt ontvangen dan algemene bijstand en er bijzondere bijstand wordt aangevraagd dient er bij de berekening van de draagkracht uit te worden gegaan van de inrichtingsnorm verhoogd met de woonkostencomponenten, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel. Jongeren van 18 – 21 jaar in instelling zijn uitgesloten van het recht op algemene bijstand. Voor de kosten van levensonderhoud kunnen zij een beroep doen op de bijzondere bijstand. Dit is geregeld in de beleidsregels bijzondere bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel