Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 14.

Kostprijsberekening

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Molenlanden 2019

Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten, overhead, betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. Het voorgaande is ook van toepassing voor de kostprijzen van rechten en heffingen. Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van reserves en voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de afschrijvingslasten van de in gebruik zijnde activa, de rentelasten van deze activa overeenkomstig artikel 14 lid 10 en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. Salariskosten en inhuur derden die direct een aan een nieuwe investerings-(project) zijn toe te rekenen worden geactiveerd. Rentetoerekening over eigen reserves en voorzieningen vindt niet plaats en maakt geen deel uit van de kostprijzen zoals onder lid 1 en 2 begrepen. De verwachte betaalde rente op leningen maakt deel uit van de kostprijzen. Behoudens het rente% voor de onderdelen waarop VPB heffing van toepassing is, wordt het rentepercentage op een half procent afgerond. Kosten van overhead worden toegerekend aan investeringen in de buitenruimte, rioleringen en grondexploitaties. Deze doorberekening is gebaseerd op de capaciteitsinzet per grondexploitatie/ complex/ investering en een voorcalculatorische opslag (%) of doorbelasting van de overhead. Ook ingeval bij inhuur van derden wordt dezelfde opslag voor overhead toegepast. De omvang van de door te belasten overhead aan investeringen en projecten en een eventueel daaruit voortvloeiend opslag% voor overhead op de kosten van de personele inzet wordt jaarlijks bij het vaststellen van de begroting bepaald. De werkelijke geschatte personele inzet (inclusief inhuur derden) vermeerdert met een voorcalculatorische doorbelasting, eventueel opslag-%, voor overhead wordt aan projecten / investeringen doorbelast. Een bijstelling van de voorcalculatorische doorbelasting, eventueel opslag-%, voor overhead op basis van de feitelijke ontwikkeling van de overheadkosten vindt niet plaats. De geplande capaciteitsinzet wordt per project ten behoeve van de projectraming door de projectleider/budgethouder bepaald en jaarlijks bij de zomernota en de volgende begroting geactualiseerd. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel