**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder waaruit blijkt wie de eigenaar is;
op openbare paden en rond weilanden wegens de veeziekte Neospora zonder dat deze aangelijnd is.
**2..** Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt.
**3..** De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2:26