Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders binnen en buiten het grondgebied van de gemeente, overeenkomstig artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.
Voor vergoeding van het openbaar vervoer (OV) wordt een NS Business Card ter beschikking gesteld.
Voor de vergoeding van de verblijfskosten wordt als richtlijn het reisbesluit binnenland en het reisbesluit buitenland van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties aangehouden. Indien de normbedragen voor de vergoedingen van overnachtingen onvoldoende dekkend zijn dan kan de feitelijke vergoeding worden gedeclareerd.
Hoofdstuk
Artikel 10
Zakelijke reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2019