Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Aangifte; Betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Zeehavengeld 2011

1.. De aangifte wordt, gelijktijdig met de betaling bij de comptabele, gedaan bij burgemeester en wethouders. Op verzoek wordt bij de aangifte inzage verleend in de meetbrief van het zeeschip. 2.. Het zeehavengeld moet overeenkomstig de aangifte aan de comptabele worden betaald op de eerste werkdag volgende op de dag van aankomst van het zeeschip in de haven, doch vóór het tijdstip waarop het zeeschip uit de haven vertrekt. 3.. Bij voortgezet verblijf in de haven, na afloop van de termijn waarover zeehavengeld is betaald, moet opnieuw aangifte worden gedaan en moet het zeehavengeld worden betaald bij de aanvang van elke volgende termijn. 4.. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan het zeehavengeld worden betaald binnen dertig dagen na de dag van aankomst van het zeeschip in de haven, onderscheidenlijk de dag waarop het verblijf in de haven wordt voort gezet, mits ten genoegen van de comptabele zekerheid tot betaling van het zeehavengeld is gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel