Naar hoofdinhoud
1.. Voor het toegevoegd gebied wordt voor toepassing van de Verordening systematische toezichtinformatie provincie Utrecht onder “PRV” de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland verstaan, zoals deze luidde op 31 december 2018. De eerste volzin is niet meer van toepassing vanaf het moment waarop voor het toegevoegd gebied de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland is komen te vervallen. 2.. Voor het toegevoegd gebied wordt voor toepassing van artikel 5.1.2, eerste lid aanhef en onder a van de Verordening natuur en landschap provincie Utrecht 2017 onder ‘rode contour’ verstaan: bestaand stads- en dorpsgebied als bedoeld in de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland. De eerste volzin is niet meer van toepassing vanaf het moment waarop voor het toegevoegde gebied de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland is komen te vervallen. 3.. Indien een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8 van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap van de provincie Utrecht wordt aangevraagd met betrekking tot het toegevoegd gebied dan wordt die subsidie, onverminderd het bepaalde in voornoemde subsidieregeling, geweigerd indien er sprake is van een of meerdere uitsluitingen als bedoeld in artikel 9a van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap van de provincie Zuid-Holland zoals die regeling luidde op 31 december 2018. 4.. Indien een subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 15 van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap van de provincie Utrecht wordt aangevraagd met betrekking tot het toegevoegd gebied dan wordt die subsidie, onverminderd het bepaalde in voornoemde subsidieregeling, geweigerd indien er sprake is van een of meerdere uitsluitingen als bedoeld in artikel 16a van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap van de provincie Zuid-Holland zoals die regeling luidde op 31 december 2018. 5.. Het Natuurbeheerplan 2019 Zuid-Holland wordt met ingang van 1 april 2019 voor het toegevoegd gebied geacht mede te berusten op het bepaalde in artikel 1.3 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Utrecht en op artikel 7 van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls natuur en landschap Utrecht. 6.. Voor het toegevoegd gebied wordt voor toepassing van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijke Ontwikkeling 2017–2020 onder “binnenstedelijk gebied” verstaan al het grondgebied binnen het bestaande stads- en dorpsgebied als bedoeld in de Verordening Ruimte 2014, zoals die luidde op 31 december 2018. De eerste volzin is niet meer van toepassing vanaf het moment waarop voor het toegevoegde gebied de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland is komen te vervallen. 7.. Het Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2016-2019 van de provincie Utrecht is van toepassing op de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van het bepaalde bij en krachtens de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland in het toegevoegd gebied. 8.. Voor het toegevoegd gebied wordt voor de toepassing van de Beleidsregels ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik luchtvaart provincie Utrecht onder “stiltegebied” verstaan een gebied dat op 31 december 2018 bij of krachtens de Verordening Ruimte 2014 van Zuid-Holland was aangewezen als belangrijk weidevogelgebied, zoals aangeduid op de kaart Natuur. De eerste volzin is niet meer van toepassing vanaf het moment waarop voor het toegevoegd gebied de Provinciale milieuverordening Zuid-Holland is komen te vervallen. 9.. Voor het toegevoegd gebied wordt voor de toepassing van de Beleidsregels ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik luchtvaart provincie Utrecht onder “weidevogelgebied” verstaan een gebied dat op 31 december 2018 bij of krachtens de Verordening Ruimte 2014 van Zuid-Holland was aangewezen als “belangrijk weidevogelgebied”. De eerste volzin is niet meer van toepassing vanaf het moment waarop voor het toegevoegd gebied de Verordening Ruimte 2014 van Zuid-Holland is komen te vervallen. 10.. Artikel 2, tweede lid aanhef en onder a eerste volzin van de Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels van de provincie Utrecht blijft voor het toegevoegd gebied buiten toepassing. Met betrekking tot subsidies die op grond van de in de eerste volzin bedoelde verordening met betrekking tot het toegevoegd gebied worden aangevraagd geldt in plaats van het bepaalde in artikel 2, tweede lid aanhef en onder a eerste volzin van de Uitvoeringsverordening subsidie Erfgoedparels van de provincie Utrecht dat ten genoegen van Gedeputeerde Staten moet zijn aangetoond dat er sprake is van een matige of slechte onderhoudstoestand. Onder matige of slechte onderhoudstoestand wordt verstaan hetgeen daaronder in de Utrechtse Erfgoedmonitor als bedoeld in de in de eerste volzin bedoelde verordening wordt verstaan. Het bepaalde in de eerste, tweede en derde volzin van dit artikel geldt niet meer nadat de rijksmonumenten in het toegevoegd gebied zijn opgenomen in de Utrechtse Erfgoedmonitor als bedoeld in de derde volzin.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel