De commissie is samengesteld uit ten minste vijf leden en maximaal acht leden inclusief de voorzitter. De leden worden door het college benoemd, bestaande uit de volgende disciplines/organisaties:
een monumenten-/restauratiedeskundige of kunst-, bouw- en/of architectuurhistorie;
landschapsdeskundige;
de welstandsgemandateerde;
deskundigen op een het gebied van de lokale gemeentelijke geschiedenis, bij voorkeur lid van een van de lokale historische verenigingen.
De commissie is onafhankelijk en deskundig. Dat betekent dat de leden van de commissie:
noch direct, nog indirect medewerking geven aan werkzaamheden waarover de commissie adviseert;
geen ambtenaar zijn in dienst van de gemeente;
geen raadsleden of collegeleden zijn.
De voorzitter (en plaatsvervangende voorzitter) wordt door de commissie uit haar midden benoemd.
De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangende leden is in principe gelijk aan de zittingsperiode van de gemeenteraad. Ter voorkoming dat specifieke deskundigheid uit de oorspronkelijke commissie hierdoor wegvalt, kan het college besluiten de zittingsperiode te verlengen.
Een lid kan te allen tijde ontslag nemen en dient dit schriftelijk in bij het college.
Het college kan te allen tijde een lid ontslaan.
Een lid dat aftreedt of ontslag neemt, blijft lid totdat zijn of haar opvolger de benoeming heeft aanvaard. Indien echter de benoeming langer uitblijft dan 12 weken, kan degene die aftreedt of ontslag neemt, via een mededeling aan de voorzitter met de werkzaamheden stoppen.