Naar hoofdinhoud
1.. De in artikel 4 genoemde tegemoetkoming wordt verstrekt aan de aanbieder voor maximaal veertig weken per kind per kalenderjaar; 2.. De tegemoetkoming gaat in op de eerste of de vijftiende van de maand waarin de peuter een opvangplaats bezet; 3.. De tegemoetkoming eindigt op de eerste of de vijftiende van de maand waarin de peuter om welke reden dan ook de peuteropvang verlaat; 4.. De tegemoetkoming eindigt in ieder geval met ingang van de datum waarop de peuter de vierjarige leeftijd bereikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel