Een ieder die bij aanvang van een belastingjaar houder is van
één of meer honden, is gehouden binnen veertien dagen daarna een
verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet,
tenzij aan hem of haar reeds een aangiftebiljet is uitgereikt of
reeds een aanslag is opgelegd.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
ontstaat dan wel het aantal honden dat door de
belastingplichtige wordt gehouden wijziging ondergaat, moet de
belastingplichtige binnen veertien dagen na het tijdstip waarop
de belastingplicht is ontstaan of de wijziging van het aantal
honden heeft plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid,
onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar
schriftelijk om uitreiking van een aangiftebiljet
verzoeken.
De belastingplichtige aan wie niet binnen zes maanden na afloop
van het belastingjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een
aanslag is opgelegd, is gehouden binnen veertien dagen na afloop
van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel
b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk om
uitreiking van een aangiftebiljet te verzoeken.