Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 3.5

Algemeen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Diemen 2018

1.. In dit artikel en volgende artikelen van paragraaf 2 wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp aanbiedt zoals bedoeld in artikel 3.1 en 3.2, tenzij specifiek aangegeven is dat het om een van beide gaat. 2.. Het college kent een specialistische of hoogspecialistische voorziening toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp binnen een bepaald ondersteuningsprofiel en – als het gaat om hoogspecialistische jeugdhulp – met een bepaalde intensiteit. 3.. Het college neemt het besluit als bedoeld in het tweede lid op grond van het gesprek over de ondersteuningsvraag met de jeugdige en/of zijn ouders en het opgestelde perspectiefplan zoals bedoeld in artikel 3.6, en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan zoals bedoeld in artikel 3.11. 4.. Het gesprek, zoals bedoeld in artikel 3.6, kan achterwege gelaten worden, wanneer: de huisarts, jeugdarts of medisch specialist conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp; in crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp geen uitstel duldt. 5.. In de in het vierde lid onderdeel a genoemde gevallen neemt het college het besluit als bedoeld in het tweede lid op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder van specialistische jeugdhulp. 6.. Wanneer de huisarts, jeugdarts of medisch specialist conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet verwezen heeft naar hoogspecialistische jeugdhulp, neemt het college het besluit als bedoeld in het tweede lid op grond van het door de jeugdige en/of zijn ouders – al dan niet met ondersteuning van de verwijzende huisarts, jeugdarts, of medisch specialist of het lokale team – opgestelde perspectiefplan, en de toets hiervan door het lokale team. 7.. Wanneer een jeugdige en/of zijn ouders ernstige bezwaren hebben tegen de toetsing van het perspectiefplan door de lokale toegang zoals bedoeld in het vorige lid, kunnen zij dit kenbaar maken aan het college; het college neemt dan het besluit enkel op aanwijzing van de jeugdhulpaanbieder dat inzet van hoogspecialistische jeugdhulp noodzakelijk is en dat een perspectiefplan is opgesteld. 8.. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van de ondersteuningsprofielen en intensiteiten zoals bedoeld in het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel