Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: Medewerker De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, lid 1 onder a van de CAR-UWO. Bevoegd gezag Het college van burgemeester en wethouders dan wel de door deze in mandaat aangewezen leidinggevende. Dienstreis De noodzakelijke verplaatsing van een medewerker om, in opdracht van het bevoegde gezag, buiten de plaats van tewerkstelling werkzaamheden te verrichten dan wel een opleiding, cursus, seminar, congres etc. bezoeken en het buiten deze plaats verband houdende verblijf. Privé vervoermiddel motorvoertuig, bromfiets, (snor)scooter, of snorfiets en dergelijke die niet door de werkgever beschikbaar is gesteld. Openbaar vervoer Voor een ieder openstaand personenvervoer per trein, bus, metro, tram, waterbus en dergelijke. Standplaats De gemeente of het met name genoemde gedeelte van de gemeente, waar de medewerker gewoonlijk zijn werkzaamheden op aanwijzen van het bevoegde gezag verricht. Plaats van tewerkstelling De werkplek waar de medewerker zijn werkzaamheden verricht overeenkomstig de principes van Het Nieuwe Werken. Het Nieuwe Werken De medewerker kiest de voor hem optimaal activiteit-gerelateerde werkplek Reisregeling binnenland: de door de minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde regeling.

Rechtspraak bij dit artikel