Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.1

Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Amstelveen.

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming daarvan. 2.. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde is geen vergunning vereist voor de bij besluit van het college aangewezen objecten, onder voorwaarde dat deze niet langer dan één maand worden geplaatst, het gezamenlijk oppervlak ervan niet groter is dan 15 m2, en het geen terrasmeubilair betreft. 3.. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde bestaat een meldingsplicht voor de bij besluit van het college aangewezen objecten, onder de voorwaarden als gesteld in het tweede lid, indien deze objecten langer dan 1 maand, maar maximaal 6 maanden worden geplaatst. Ingevolge de Woningwet kan een bouwvergunning vereist zijn. 4.. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op: a.. vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b.. zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: - geen onderdeel zich minder dan (2,2) meter boven dat gedeelte bevindt; en - geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan (0,5) meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; - geen onderdeel verder dan (1,5) meter buiten de opgaande gevel reikt; c.. voertuigen; d.. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e.. benzinepompen; f.. standplaatsen als bedoeld in artikel 13.4; g.. terrassen, zoals bedoeld in artikel 4.1. onder c. 5.. Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 6.. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b.. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 7.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet, de Wet Milieubeheer, de Drank- en Horecawet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel