**1..** Het college kan, in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen
aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de
gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is een of
meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorzieningen,
voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
hebben, anders dan met inachtneming van de door hen gestelde
regels:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
caravans, kampeerwagens, vaartuigen, tenten en andere
dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden gebezigde
voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
commercieel doel;
mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil,
een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
landbouwprodukten, afval, oude metalen, en bouw- en
sloopafval.
**2..** In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder
verstaan wordt in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b., van de
Wegenverkeerswet 1994.
**3..** Het is verboden op een door het college krachtens het eerste lid
aangewezen plaats een door hem aangeduid voorwerp of stof:
op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan
wel;
op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan
met inachtneming van de door hem gestelde regels.
**4..** Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
milieubeheer, de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de Provinciale
milieuverordening van toepassing is.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.7
Opslag van voertuigen, vaartuigen e.d.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Amstelveen.