Naar hoofdinhoud
1.. De geldlening, bedoeld in artikel 6, is ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet. 2.. Ter vaststelling van de waarde van de woning vindt taxatie plaats door een taxateur die door het college na consultatie van de belanghebbende wordt aangewezen of door een gemeentelijk taxateur. 3.. De kosten verbonden aan de taxatie, de hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, het vestigen van het pandrecht, zoals het opstellen van de pandakte, alsmede de bijkomende kosten, komen ten laste van belanghebbende. De bijstand voor deze kosten wordt aangemerkt als algemene bijstand en komt ten laste van de geldlening. 4.. Bij het vestigen van het pandrecht kan gekozen worden voor het opstellen van een pandakte of voor het opstellen van een onderhandse, geregistreerde akte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel