**1..** Het college weigert de voorziening of aanvullende voorziening indien:
de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van deze verordening;
de aanvraag om een voorziening niet uiterlijk op het daartoe vastgestelde tijdstip is ingediend.
**2..** Het college kan geheel of gedeeltelijk weigeren een voorziening te verlenen als:
het schoolbestuur of de school niet voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld om voor een voorziening in aanmerking te komen;
het schoolbestuur of de school doelen nastreeft, activiteiten ontplooit of handelingen verricht die in strijd zijn met het recht, het algemeen belang of de openbare orde;
in geval de aanvraag een voorziening in de vorm van een subsidie betreft, de school voor basisonderwijs per schooljaar een gemiddelde vrijwillige ouderbijdrage ontvangt die hoger is dan € 225,- per leerling;
gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te verlenen voorziening in de vorm van een subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed aan de activiteit waarvoor de subsidie is bedoeld;
gegronde reden bestaat om aan te nemen dat het schoolbestuur of school niet de capaciteiten heeft om de activiteiten waarvoor de voorziening wordt verstrekt naar behoren uit te voeren;
Het schoolbestuur niet voldoet aan de in de onderwijssector van aanvrager gebruikelijke code goed bestuur;
gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de gevraagde voorziening in de vorm van een subsidie niet doelmatig zal worden besteed in verband met een bezoldiging door het schoolbestuur die hoger is dan de maximale bezoldiging als bedoeld in artikel 2.3. van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.
**3..** Ineen voorziening kunnen in aanvulling op het eerste en tweede lid specifieke weigeringsgronden worden opgenomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 7