De inhouding als bedoeld in artikel 6:4:5:1 overschrijdt per uur niet het bedrag dat de ambtenaar als gemeenteraadslid geacht wordt per uur aan vaste vergoeding te ontvangen. Die vergoeding per uur wordt vastgesteld door de vaste vergoeding per jaar te delen door:
120 voor het raadslid in een gemeente tot
6.000 inwoners
133 voor het raadslid in een gemeente van
6.001
-
8.000 inwoners
154 voor het raadslid in een gemeente van
8000
-
10.000 inwoners
179 voor het raadslid in een gemeente van
10001
-
12000 inwoners
210 voor het raadslid in een gemeente van
12001
-
14000 inwoners
264 voor het raadslid in een gemeente van
14001
-
18000 inwoners
327 voor het raadslid in een gemeente van
18001
-
24000 inwoners
411 voor het raadslid in een gemeente van
24001
-
30000 inwoners
507 voor het raadslid in een gemeente van
30001
-
40000 inwoners
648 voor het raadslid in een gemeente van
40001
-
50000 inwoners
704 voor het raadslid in een gemeente van
50001
-
60000 inwoners
769 voor het raadslid in een gemeente van
60001
-
80000 inwoners
824 voor het raadslid in een gemeente van
80001
-
100000 inwoners
883 voor het raadslid in een gemeente van
100001
-
125000 inwoners
936 voor het raadslid in een gemeente van
125001
-
150000 inwoners
992 voor het raadslid in een gemeente van
150001
-
250000 inwoners
1090 voor het raadslid in een gemeente van
250001
-
375000 inwoners
1327 voor het raadslid in een gemeente vanaf
375.001 inwoners
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 6:4:5:2