Wanneer een stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen moet plaatsvinden, benoemt de voorzitter twee raadsleden tot commissie van stemopneming, waarvan de eerst benoemde als voorzitter fungeert. De commissie wordt ondersteund door de griffier.
Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door de commissie verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De stemmingen worden zo mogelijk samengevat op één briefje.
De commissie van stemopneming onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd en wordt een nieuwe stemming gehouden.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
een blanco stembriefje;
een ondertekend stembriefje;
een stembriefje waarop meer dan één naam is aangekruist, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.
Artikel 39.
Stemming over personen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân (2019)